….zei een meisje van 4 (zie foto) tegen haar ouders toen ze terug kwam lopen uit de zee. Het was 18 september 2026 en de laatste dag van onze vakantie die we doorbrachten op het strand van Cap d’Agde. Helaas zorgde de Tramontane ervoor dat ik niet echt kon genieten en dus gingen mijn gedachten met de zin van dat meisje aan de haal. Die morgen had ik namelijk een blog van Gianfranco Conti gelezen en die ene zin, uitgesproken door dat vier-jarige meisje bewees zijn gelijk.
Ik vroeg me af of dat meisje wist dat 'eau' (of 'mer') vrouwelijk was en dat ze daarom 'elle' moest zeggen en niet 'il'? En dat ze de vorm 'est' moest gebruiken omdat 'elle' derde persoon enkelvoud is. En dat ze de 'st' van 'est' niet moest uitspreken. En dat ze de 'd' van 'froide' wel moest uitspreken omdat er een 'e' achter 'froid' stond wat op z'n beurt weer het gevolg was van het feit dat 'eau' een vrouwelijk woord was. Het was niet lastig om deze vraag te beantwoorden: Nee, vermoedelijk had ze hier geen flauw benul van. Zij heeft het gewoon al tientallen keren haar vader, moeder, broertje en zusje horen zeggen en ze zegt het dus gewoon na zonder te hoeven nadenken over het geslacht, werkwoordsvervoegingen en uitspraakregels.
En toen dacht ik terug aan al die leergangen die ik in de afgelopen 40 jaar hebt gebruikt waarmee ik mijn leerlingen meestal intensief onderwees over geslacht, over enkelvoud en meervoud, over werkwoordsvormen, enz. en dit op een proefwerk liet terugkomen. Weliswaar meestal in een vorm waarbij de kennis moest worden toegepast in plaats van gereproduceerd, maar toch, erg veel leerwerk. En wat was mijn teleurstelling groot als bleek dat deze kennis al snel weer was verdampt. Maar geen tijd voor herhalingen want we moesten verder met het boek. Er moesten aan het eind van het jaar immers 8 hoofdstukken af zijn. Maar aan het begin van een nieuw schooljaar kon ik niets anders dan de meest elementaire grammatica uit het vorige schooljaar opnieuw uitleggen en toetsen omdat er veel kennis verondersteld werd als we verder gingen in het boek.
Na 28 jaar proberen met een zestal leergangen gaf ik de moed op en besloot ik op zoek te gaan iets wat wel werkte. En dat vond ik. Gelukkig maar. Het was een ingrijpende wijziging: Niet meer grammatica uitleggen en oefenen maar vooral praten en erg veel (mondeling) herhalen. Ik heb gelukkig op die school nog 12 jaar met veel plezier kunnen werken omdat leerlingen succes hadden en veel meer leerlingen Frans kozen. Ze waren namelijk overtuigd van het feit dat ze in de bovenbouw echt een prima niveau konden halen en de taal dan ook echt zelf zouden kunnen gebruiken in plaats van alleen maar begrijpen.
Na die 12 prachtige jaren ging ik lesgeven op andere scholen, opnieuw weer met een leergang. Ik had de hoop dat de tijd ondertussen had gezorgd voor beteren boeken en een betere praktijk maar niets was minder waar. Nog steeds veel nadruk op taalregels en correctheid en veel te weinig herhaling. En het gevolg laat zich raden: een zeer lage motivatie voor het vak Frans en heel weinig leerlingen die met Frans verder wilden in de bovenbouw. Na mijn vakantie las ik dat op één van die scholen onlangs het vak Frans is afgeschaft in de bovenbouw van de HAVO met als formele reden dat de populariteit van het vak in die regio sterk was afgenomen. Ik moest even terugdenken aan het meisje op het strand bij Cap d'Agde en ik wist wel beter.
Reactie plaatsen
Reacties